Bospop – Weert (08-07-2012)

De tweede dag van Bospop 2012 biedt een trieste aanblik. Het terrein is ‘s ochtends vroeg al van voor de ingang tot aan het hoofdpodium onbegaanbaar door een dikke laag waterige modder en zal zelfs op het drukste moment van de dag voor hooguit éénderde gevuld zijn met betalende bezoekers. Rolstoelen geraken niet tot het daarvoor bestemde platform, mopperende cateraars verkopen geen snacks omdat ze niet bereikbaar zijn. Het publiek is van de gezapige soort en de bands die er écht iets van willen maken zien vooral  een “hurdle of sheep” voor zich. Aldus Ian Astbury van The Cult, die de spijker nogmaals op zijn kop slaat met het cynische “I’m sorry we play rock and roll.” De trieste conclusie: Bospop as we know it lijkt op sterven na dood.

DeWolff rocked!

Het is toch wel tekenend dat de jongste gasten van het festival de meest vurige, energieke en ruige show van de dag verzorgen. Ondanks het abominabele geluid en de aanvankelijk hooguit meeknikkende toeschouwers, waarvan het grootste deel hun opa of oma had kunnen zijn. Dat DeWolff er uiteindelijk toch in slaagt om de tent helemaal plat te spelen zegt dan ook veel over de live-kwaliteit van deze bezeten retrorockers, die het nog steeds zoeken in de buurt van Deep Purple en The Doors. In oktober in de herkansing in de Heerlense Limburgzaal alwaar het ongetwijfeld vanaf de eerste minuut zal losgaan.

Patti Smith is vervolgens van een geheel andere orde. Al bokst ook zij op tegen de afwachtende houding van het aanwezige volk, dat vooral richting Weert lijkt getogen om aapjes te kijken en hits te horen. De poëtische Queen Of Punkrock geeft een heel behoorlijke show maar ontbeert de intensiteit en de bezieling die ze voor een gewillig publiek doorgaans weet te bereiken. En dan dreigt het op den duur dus een beetje eentonig te worden. Gelukkig herkennen de mensen voor het podium uiteindelijk de hitsingle ‘Because The Night’ en haar vurige interpretatie van Them-klassieker Gloria en komt het ondanks het gebrek aan interactie nog allemaal goed.

Queen Of Punkrock

Bekende deuntjes in overvloed bij Tom Jones. Die krijgt de handjes dus moeiteloos in de lucht met zijn antieke crooners en 60’s soul covers. Jones heeft een zeer capabele band bij zich en ondanks zijn 72 levensjaren een stem als een klok, maar het klinkt allemaal te gladjes en drijft puur op routine. Toch is het best amusant om deze levende legende aan het werk te zien. Soms met kromme tenen, want de scheidslijn tussen de nog immer een komkommer in zijn broek dragende Jones en onze eigen Lee Towers blijkt soms een hele dunne.

Ondertussen klaagt een deel van de bezoekers op de wei steen en been (over de programmering, de modder, het geluid en het gerucht dat er 5000 mensen gratis binnen zijn gelaten) en ontvouwt zich bij de Aardschok-stand een interessante discussie over de toekomst van het festival. De metal- en hardrocktoko ligt er namelijk de hele dag verlaten bij omdat haar doelgroep het festival aan zich voorbij heeft laten gaan. Wat rest is een handvol die-hard festivaltijgers en heel veel recreanten van respectabele leeftijd. Leuk en prima dat ze er zijn, maar nu de rest van het volk wegblijft is het ineens wel een erg makke vertoning op het afgelegen evenemententerrein. De immer vrije doorgang naar de bierpomp en de tientallen meters lange rijen voor de koffiestand illustreren de ontstane situatie misschien nog het best.

The 'fucking' Cult

The Cult voelt zich onder deze omstandigheden dan ook een vreemde eend in de bijt, net als haar fans voor het podium. Daar wordt elke vorm van beweging namelijk beantwoord met boze blikken, voorzichtig geduw, gemopper en hoongelach. Gelukkig trekt de band zich er niets van aan en schotelt ze de tientallen gewillige rockers op de voorste rijen een strakke, rauwe en smerige set voor waarbij zanger Ian Astbury nooit te beroerd is voor een snedige rake sneer. Omdat de band onverstoord voortdendert met een setlist vol greatest hits en de mensen die wél zin hebben in een feestje zich gaandeweg vooraan groeperen, komt het uurtje Cult uiteindelijk tijdens energieke versies van ‘She Sells Sanctuary’ en ‘Love Removal Machine’ (dat wordt ingeleid middels een stukje ‘Rock & Roll Nigger’ van heldin Patti Smith) met de gewenste knal en frontstage chaos ten einde.

Na zoveel onversneden dampende kick ass rock and roll laat het zwaar op de hand zijnde Opeth me vanaf een afstandje ijskoud. Net als het eerder op de dag met de spierballen rollende Adrenaline Mob. Een zogenaamde supergroep waarvan ik alleen de drummer herken. Die trommelde namelijk ook in Dream Theater maar daar heeft de dertien-in-een-dozijn-metal-by-numbers van zijn huidige band helemaal niets mee van doen. En als je in die omschrijving de term metal vervangt door blues weet je meteen hoe de vlag er bij Kenny Wayne Shepperd bijhangt. Nee dan luister ik in de schaarse zonnestralen met een biertje in de hand liever naar de zomerse soulvolle pop van Gavin DeGraw. Het heeft weinig om het lijf maar zorgt wel voor een aangename sfeer die verder node wordt gemist. Echter, met Alanis Morissette nog in het verschiet dreigt Bospop 2012 op deze manier wel als een nachtkaars te doven. Tenzij The Waterboys ons weer even wakker schudden.

Frontman Mike Scott en fiddler Steve Wickham doen het sinds een tijdje weer met elkaar als The Waterboys. Ze hebben zelfs recent nog een plaat uitgebracht en schieten in een goedgevulde tent gelukkig stevig en gedreven uit de startblokken met hun vlotte mix van Engelse rock en Ierse folk. Van enige sleet lijkt nog geen sprake en als rap na de aftrap het succesnummer ‘A Girl Called Johnny’ (een ode aan, daar is ze weer, Patti Smith) al voorbij komt wordt het zowaar nog gezellig in de tent. Als het Ierse geviool echter de overhand krijgt haak ik af. Al komt er met ‘The Whole Of The Moon’ even later nog een heerlijke klassieker voorbij. Ondanks dat de boys nog lang niet klaar zijn stroomt de tent na de laatste tonen van hun grootste hitsucces leeg, hetgeen weer duidelijk maakt waar het publiek vandaag op uit is. Op naar de top 40-niemendalletjes van Alanis Morissette. Wij lopen wijselijk in de tegenovergestelde richting. Naar de uitgang.

En dan zit Bospop er weer op voor dit jaar. Een festival dat ik zag groeien van een zeer intieme en sympathieke happening in openluchttheater Lichtenberg, via een kleinschalig gezellig blues- en hardockfestival op Sportpark Boshoven tot het pretentieuze Radio 2 gebeuren van nu. Behoudens de jeugdige geldingsdrang Van DeWolff en de vuige brok onversneden rock van The Cult kan deze Bospopzondag zich geen moment meten met de memorabele edities van weleer. Bospop 2012 bewijst dat de organisatie zich een veel te grote jas heeft aangemeten en kan de keuze voor de sfeerloze locatie als ook de exorbitante entreeprijzen nergens waarmaken. Waar we ons in Weert door een dikke laag blubber moeten worstelen krijgen we in Werchter, Landgraaf of Hasselt voor een vergelijkbaar bedrag toch heel wat meer aangeboden. Zeker qua line-up maar ook qua voorzieningen, geluid en verzorging. En dan haakt het traditionele publiek dus af en ben je ineens een festival waar in een druilerige sfeer een handvol bejaarden vrolijk staat te zwaaien naar Tom Jones.

Bospop lijkt dood maar is nog niet overleden. Hopelijk heeft de organisatie ondanks deze financiële zeperd (van naar verluid drie ton) nog wat geld op de plank voor een reanimatiecursus, want een fade out als dit verdienen ze niet. Volgend jaar weer gewoon op Boshoven en wat peper in de reet van de programmeur en het komt allemaal goed. Succes ermee!

Advertenties